Inhoud
SLABS is een statistisch model dat Skitourenguru in 2024 publiceerde met onderzoekers van het SLF, VITO en NTNU. Het schat met vier variabelen waar de kans groter is dat een skiër een plaatlawine veroorzaakt: het steile deel van de helling binnen ongeveer 40 m (het 85e percentiel van de hellingshoeken), het gevaarniveau uit het bulletin, en de hoogte en exposities die het bulletin als kritiek aanmerkt. Het heeft geen uitloopmodel en ziet het sneeuwdek op jouw helling niet.
Waar SLABS vandaan komt
SLABS staat voor “Screening the Likelihood of Avalanches on Backcountry Ski tours”. Bart Degraeuwe (VITO), Günter Schmudlach (Skitourenguru), Kurt Winkler (SLF) en Jochen Köhler (NTNU) publiceerden het in mei 2024 in Cold Regions Science and Technology, in open access onder een CC BY-licentie. Skitourenguru gebruikt het sinds de winter 2024/25 om elke dag zo'n 10.000 toerskitochten in de Alpen te beoordelen; daarvoor gebruikte het de oudere QRM-methode.
De auteurs vergeleken 1.250 lawineongevallen op toerskitochten in Zwitserland (winters 2001/02 tot en met 2020/21, uit de ongevallendatabase van het SLF) met 8.558 gewone toerskitochten die als gps-track waren vastgelegd (57.800 km). Ze zochten naar wat de plekken waar mensen door een lawine werden meegesleurd, onderscheidt van de plekken waar mensen zonder incidenten skiën.
Het model is een gegeneraliseerd additief model, een flexibele vorm van logistische regressie met vier variabelen, gefit in R. Elk effect in het model kun je plotten en controleren; daarom noemt Skitourenguru het een whiteboxmethode. Een model op basis van gradient boosting (XGBoost) dat in 2026 op dezelfde data werd getest, deed het niet beter. SLABS is dus een statistisch model, gefit op ongevallendata. Het is geen neuraal netwerk, en het “AI” noemen gaat te ver.
De vier variabelen
Slechts één van de vier variabelen is puur terrein. De andere drie komen uit het officiële lawinebulletin. Daarom verandert SLABS van dag tot dag, en daarom vraagt BEYOND je naar de omstandigheden voordat de analyse draait.
| Variabele | Wat het is | Waar het vandaan komt |
|---|---|---|
| MSA40 | Het steile deel van de helling om je heen (het 85e percentiel van de hellingshoeken), begrensd door terreinplooien en bos, binnen een straal van ongeveer 40 m | Terrein (hoogtemodel) |
| Gevaarniveau | Het gevaarniveau dat het bulletin voor de regio geeft, op de schaal van 1 tot 5 | Lawinebulletin |
| Hoogte ten opzichte van de kritieke hoogte | Hoeveel hoger of lager je bent dan de hoogte die het bulletin als kritiek noemt | Lawinebulletin |
| Expositie-overlap | Welk deel van de helling op de exposities ligt die het bulletin als kritiek noemt | Lawinebulletin |
Wat de kleuren betekenen
De uitkomst van SLABS is geen kans die je letterlijk kunt nemen. Omdat veel ongevallen nooit worden gemeld, gebruiken de auteurs het model alleen voor het relatieve risico: hoeveel groter of kleiner de kans op een ongeval op deze plek is dan gemiddeld. Dat loopt van ongeveer duizend keer kleiner tot bijna honderd keer groter dan gemiddeld.
Het relatieve risico is in drie klassen verdeeld: groen, oranje en rood. De grenzen zijn zo gekozen dat in de Zwitserse data 80% van de ongevallen was voorkomen als men oranje en rood had gemeden, en 60% als men alleen rood had gemeden. De auteurs schrijven dat “er geen objectieve criteria zijn om zulke grenzen te bepalen”. Ongeveer één op de vijf ongevallen in de data gebeurde op een groene plek.
Hoe BEYOND de analyse uitvoert
In BEYOND teken je een gebied van maximaal 8 × 8 km en voer je de omstandigheden van vandaag in. De analyse tekent dan haar lagen op het 3D-terrein: het SLABS-risico, de MSA40-steilheid, de overlap met de kritieke exposities, de terreinplooien die een helling begrenzen, de grootte van het afbreekgebied en de gewone hellingshoek. Je kunt op elk punt klikken, de transparantie aanpassen en de analyse opnieuw draaien met andere omstandigheden. Horizontale kromming (plan curvature) is een experimentele toevoeging.
Als je een route tekent, toont de kaart het SLABS-risico langs die route, naast het hoogteprofiel dat naar hellingshoek is gekleurd en het steilste stuk. Skitourenguru doet hetzelfde voor zijn routebeoordelingen; het verschil is dat BEYOND de analyse uitvoert voor het gebied en de lijn die jij kiest.
De SLABS-laag in BEYOND is onze eigen implementatie van de gepubliceerde methode. De kaart merkt de uitkomst aan als experimenteel: die vervangt niet het officiële lawinebulletin, een opleiding of je eigen oordeel op de berg. Skitourenguru gebruikt een operationele variant, SLABS-1LR, met een extra regel “één niveau lager” voor hellingen buiten de kritieke exposities en hoogtes. We gebruiken de ATHM-terreintegels en de ongevallendataset van Skitourenguru niet; daarvoor is hun toestemming nodig.
Hoe SLABS zich verhoudt tot andere lawineterreinkaarten
ATES (Avalanche Terrain Exposure Scale, versie 2, 2025) is een statische beoordeling van terrein in vijf klassen, van 0 tot 4, los van het gevaar van de dag, en neemt de blootstelling aan lawinebanen en uitloop mee.
AutoATES v2 (2024) berekent ATES-klassen per pixel uit een hoogtemodel en bosdata, met een simulatie van de uitloop. De lawineterreinlaag van topo^alpin wordt ermee berekend. Gegevens over het sneeuwdek of uit het bulletin gebruikt AutoATES niet.
De CAT- en ATH-kaarten van het SLF in White Risk zijn statische kaarten van afbreekgebieden en uitloop, gemaakt voor lawines tot grootte 3. Volgens het SLF kijken ze naar het terrein, niet naar de actuele lawinesituatie.
De eigen ATHM van Skitourenguru is een statische terreinkaart in vier klassen, op basis van hellingshoek, hellingsgrootte, hellingsvorm en bos. Die komt het dichtst bij een statische laag “lawineterrein”; SLABS is niet statisch.
SLABS verschilt dus op twee punten: het bulletin gaat erin, de uitloop blijft erbuiten. Een rode SLABS-plek betekent dat de kans groter is dat een skiër daar bij het bulletin van vandaag een plaat losmaakt. De kleur zegt niet hoe ver een plaat zou lopen of wat eronder ligt.
Hoe goed het werkt en wie het heeft gecontroleerd
Op de Zwitserse data onderscheidde SLABS ongevalsplekken beter van bereden plekken dan de oudere regels waarmee het werd vergeleken: een AUC van 0,943, tegen 0,926 voor QRM, 0,873 voor de grafische reductiemethode en 0,858 voor de professionele reductiemethode. Bij dezelfde preventiegraad laat het meer terrein open. Dit is een test op de data waarmee het model is gebouwd, geen onafhankelijke test in een andere regio.
In 2025 vergeleek de afdeling veiligheidsonderzoek van de Deutscher Alpenverein (DAV) de routebeoordelingen van Skitourenguru met de beoordelingen van berggidsen, op 565 beoordeelde plekken in twee gebieden in Tirol, verspreid over negen dagen. Er kwamen geen systematische zwakke punten naar voren, maar op 8 van de 44 duidelijk gevaarlijke plekken gaf Skitourenguru groen, en het systeem had de neiging acute situaties te onderschatten. Die beoordelingen waren berekend met de voorgaande methode, QRM, niet met SLABS; het onderzoek gebeurde in samenwerking met de ontwikkelaar, en de DAV steunt Skitourenguru financieel. Het Zwitserse bureau voor ongevallenpreventie BFU droeg bij aan de publicatie van het artikel en is de belangrijkste partner van Skitourenguru; zelf heeft het geen validatie uitgevoerd.
SLABS is peer-reviewed (2024). De DAV-vergelijking van 2025 testte de voorgaande methode en de BFU voerde geen validatie uit; geen van beide heeft SLABS zelf dus gevalideerd.
Beperkingen
- Er liggen ongevalspunten in groene gebieden. De auteurs: “Geen enkele methode kan absolute veiligheid garanderen.”
- Geen uitloop: SLABS modelleert niet hoe ver een lawine loopt, wat er onder een helling ligt of waar terreinvallen zijn.
- Spontane lawines zitten niet in het model. SLABS gaat over lawines die een skiër veroorzaakt.
- Het sneeuwdek op jouw helling, ingewaaide sneeuw (windplaten), recente sporen en alarmsignalen zoals whumpf-geluiden of scheuren die wegschieten gaan er niet in. Zit het bulletin er voor jouw helling naast, dan zit SLABS er ook naast.
- Voor gevaarniveau 4 zitten maar negen ongevallen in de data, dus daar is het model zwak; niveau 5 is niet meegenomen. Omstandigheden met natte sneeuw zijn slecht vertegenwoordigd.
- De data komt uit het Zwitserse toerskiën: ongevallen bij off-piste vanaf de lift zijn uitgesloten en trackpunten binnen 200 m van een piste zijn verwijderd. We vonden geen gepubliceerde test van SLABS buiten Zwitserland of voor freerideterrein naast skigebieden.
- Het terrein komt uit een hoogtemodel. Gletsjers kunnen fouten geven, en vormen die kleiner zijn dan de resolutie ontbreken.
- De gepubliceerde methode en de operationele variant verschillen in details (SLABS-1LR, de hellingsstraal). BEYOND volgt het artikel.
Bronnen
- Degraeuwe, Schmudlach, Winkler, Köhler (2024), SLABS: An improved probabilistic method to assess the avalanche risk on backcountry ski tours, Cold Regions Science and Technology 221, 104169 (open access)
- Hetzelfde artikel, gratis als pdf bij WSL DORA
- Begeleidend artikel, ISSW 2024 Tromsø, p. 1645–1652
- Skitourenguru-wiki: het risicomodel en SLABS-1LR
- Skitourenguru, 2026: blackboxmodellen deden het niet beter dan het GAM
- Studie van de afdeling veiligheidsonderzoek van de DAV in bergundsteigen #133 (winter 25/26)
- Persbericht van de BFU, 27 januari 2026
- SLF: de lawineterreinkaarten CAT en ATH (help van White Risk)
- Toft et al. (2024), AutoATES v2
- Statham & Campbell (2025), ATES v2