Inhoud
Voordat je begint
Een tocht vraagt meer voorbereiding dan een dag op de piste. Een eerste tocht begint dagen voordat je je vellen eronder plakt.
Deze gids gaat ervan uit dat je op ski's of snowboard zeker een rode piste afkomt en een basisconditie hebt. Ben je een echte beginner op ski's, zorg dan eerst dat je je op de piste op je gemak voelt. Heb je nog nooit met toermateriaal gelopen, overweeg dan een introductiedag met een berggids.
Stap 1: schat je conditie in
Toerskiën is een duursport. Bij een gewone eerste tocht stijg je 500 tot 800 hoogtemeters in 2 tot 4 uur op vellen, en daarna volgt de afdaling.
Kun je 2 tot 3 uur in een rustig tempo bergop lopen zonder te stoppen, dan ben je fit genoeg voor een tocht voor beginners. Zo niet, doe dan voor je eerste tocht een paar weken aan cardio (hardlopen, fietsen, traplopen). Kom je uitgeput boven, dan neem je op weg naar beneden gevaarlijke beslissingen.
Begin met kortere tochten (400 tot 600 hoogtemeters) en bouw het daarna op. Op tijd omkeren hoort erbij.
Stap 2: kies geschikt terrein
Kies voor je eerste tocht gematigd terrein met een bekend stijgspoor. Zoek routes met deze kenmerken:
Stijging: 500 tot 800 hoogtemeters. Hellingshoek in de afdaling: minder dan 30°, onder de gebruikelijke hellingshoeken waarop lawines loskomen, en niet onder steilere hellingen door. Terrein: open hellingen met goed zicht, geen rotsbanden of grote terreinvallen. Bereikbaarheid: een bekend vertrekpunt waar je zeker kunt parkeren.
Veel skigebieden hebben speciale toerroutes die over geprepareerde of veelgebruikte paden lopen. Die zijn uitstekend geschikt voor een eerste keer, omdat het terrein bekend is en er hulp dichtbij is.
Bekijk mogelijke routes in 3D op BEYOND voordat je een keuze maakt. Controleer de hellingshoeken, zoek het stijgspoor op en zorg dat je de terreinvormen kent die je onderweg tegenkomt. Als je het thuis aan je bureau uitzoekt, houd je op de berg meer aandacht over voor de sneeuw en de groep.
Stap 3: controleer de omstandigheden
Lees het lawinebulletin de avond van tevoren en nog eens op de ochtend van je tocht. Het bulletin geeft het gevaarniveau, op welke exposities en hoogtes het gevaar het grootst is en welke lawineproblemen er spelen.
Kies voor je eerste tocht een dag met gevaarniveau 1 (gering) of 2 (matig). Bij die niveaus kun je een tocht plannen die onder 30° blijft, niet onder steilere hellingen ligt en de exposities en hoogtes mijdt die het bulletin noemt. Maak je eerste tocht niet bij gevaarniveau 3 of hoger.
Bekijk de weersverwachting. Het zicht is belangrijk: bij whiteout wordt navigeren lastig en kun je het gevaar niet meer beoordelen. Wind verplaatst sneeuw en zet die op lijhellingen af als ingewaaide sneeuw (windplaten). Neerslag tijdens of voor je tocht verandert het sneeuwdek.
Hoe je het bulletin leest, staat uitgebreid in de gids “Een lawinebulletin lezen”.
Stap 4: plan je route
Een goed routeplan bevat:
Vertrekpunt en parkeerplaats. Een beschrijving van het stijgspoor (welke kant van het dal, door het bos of over open terrein). Top of omkeerpunt. De lijn van de afdaling. Geschatte tijd voor stijging en afdaling. Omkeertijd (het laatste tijdstip waarop je aan de afdaling begint, waar je dan ook bent).
Schrijf je plan op en geef het aan iemand die niet meegaat. Zet erbij hoe laat je terug denkt te zijn en een telefoonnummer. Kom je niet terug, dan helpt dit de reddingsdiensten om je te vinden.
Leg langs de route beslispunten vast waar je de omstandigheden opnieuw beoordeelt. Past de sneeuw, het weer of de energie in de groep niet bij je plan, wees dan bereid je route aan te passen of om te keren.
Stap 5: controleer je uitrusting
Leg de avond van tevoren al je spullen klaar en loop de paklijst door. Controleer de batterijen van je pieper en laad telefoon en gps-horloge op. Pak eten en water in. Bekijk de weersverwachting nog één keer.
Wat je zeker meeneemt: pieper, sonde, schep, toerski's of splitboard met vellen, de juiste kledinglagen, kaart, telefoon, eten en water. De volledige lijst staat in de gids “Uitrusting voor toerskiën”.
Doe 's ochtends bij de auto een piepercheck met de hele groep, voordat jullie vertrekken. Eén persoon zet zijn pieper op zoeken, de anderen staan op zenden en lopen één voor één langs hem heen, zodat je weet dat alle apparaten werken.
Stap 6: op de berg
Vertrek vroeg. De sneeuw is meestal 's ochtends op zijn best, voordat de zon het sneeuwdek verandert. Door vroeg te vertrekken heb je ook tijd over als de tocht langer duurt dan verwacht.
Loop bij het stijgen in een gelijkmatig tempo. Je moet nog een gesprek kunnen voeren. Hap je naar adem, ga dan langzamer. Drink regelmatig en eet elk uur een beetje. Uitdroging en een lage bloedsuikerspiegel gaan ten koste van je beslissingen.
Stop op natuurlijke rustpunten (vlakke stukken, een rug of graat) om de omstandigheden te bekijken en weer bij elkaar te komen. Kijk naar het sneeuwoppervlak: verse ingewaaide sneeuw, scheuren of whumpf-geluiden zijn alarmsignalen. Zie je een van die signalen, beoordeel je route dan opnieuw.
Stap 7: de afdaling
Neem voor de afdaling even de tijd om de helling te beoordelen. Let van bovenaf op tekenen van instabiliteit: recente lawines, ingewaaide sneeuw, bolle overgangen. Is de helling steiler dan verwacht of zijn de omstandigheden veranderd sinds je de tocht plande, neem dan een andere afdaling.
Op elke helling waar een lawine kan loskomen, ga je één voor één. De eerste test de sneeuw, de anderen kijken toe vanaf een beschutte plek buiten de uitloop. Kom weer bij elkaar op plekken die door het terrein beschermd zijn, zoals een rug of een rotspartij.
Ski of rijd voorzichtig. Je bent moe van het stijgen. De sneeuw buiten de piste wisselt sterk: binnen één afdaling kun je harde sneeuw, windkorst, poeder en ijs tegenkomen. Houd je snelheid onder controle en blijf in terrein waar je je zeker voelt.
De groep leiden
Voor een eerste tocht is een groep van 3 tot 4 mensen goed. Met zijn tweeën moet één persoon de hele redding alleen doen. Met meer dan 5 wordt afstemmen lastig.
Wijs een leider aan, maar beslis samen. Iedereen in de groep kan om een stop vragen of voorstellen om terug te gaan, en dat respecteert de rest zonder discussie.
Blijf bij elkaar. Bij slecht zicht of in lastig terrein houd je elkaar in het zicht. Spreek voor de afdaling af waar je weer verzamelt, voordat de eerste vertrekt.
Heeft iemand het fysiek zwaar, pas het plan dan aan. Een uitgeputte tochtgenoot neemt geen goede beslissingen meer en is in technisch terrein een risico. De tocht inkorten kan altijd.
Veelgemaakte fouten bij een eerste tocht
Te groot beginnen. Een tocht van 1.500 hoogtemeters met een afdaling van 40° is geen eerste tocht. Begin klein, leer hoe alles werkt en bouw ervaring op.
Het bulletin negeren. “Het ziet er goed uit” is geen risicobeoordeling. Lees het bulletin, zorg dat je de lawineproblemen begrijpt en pas je plan daarop aan.
Te warm gekleed aan de klim beginnen. Je raakt oververhit. Vertrek koud en trek in de pauzes een laag extra aan.
Geen omkeertijd. Spreek een vast tijdstip af waarop je hoe dan ook aan de afdaling begint.
De redding niet oefenen. Een pieper hebben heeft geen zin als je een bedolvene niet binnen 5 minuten vindt. Oefen in een piepertrainingspark voordat je het echt nodig hebt.