Inhoud
Wat er in deze lijst staat
Ver van de liften is de georganiseerde redding niet meteen ter plaatse, en het weer slaat snel om. De lijst begint met de reddingsuitrusting; daarna volgen het toermateriaal, de kleding, de navigatie en de noodset.
Lawine-uitrusting
Iedereen heeft drie dingen bij zich: een pieper, een sonde en een schep. Dat is het minimum om een bedolven tochtgenoot uit te graven.
Pieper (LVS-apparaat)
De standaard is een digitale pieper met drie antennes. Moderne piepers van Mammut, BCA, Ortovox en Arva hebben een markeerfunctie voor meerdere bedolvenen. Oefen het omschakelen tussen zenden en zoeken tot het vanzelf gaat.
Waar je op let: drie antennes voor nauwkeurig fijnzoeken, een markeerfunctie voor meerdere bedolvenen, een lange batterijduur en een overzichtelijke bediening. De norm EN 300718 eist 200 uur zenden bij −10 °C. Neem altijd reservebatterijen mee.
Zet je pieper aan bij de auto. Doe een piepercheck met de groep voordat je het lawineterrein ingaat. Oefen de kameradenredding regelmatig: probeer de bedolvene binnen drie minuten te lokaliseren; het graven duurt het langst.
Lawinesonde
Een sonde moet minstens 240 cm lang zijn. Voor diepe bedelvingen is 280 of 300 cm beter. Carbonsondes zijn lichter, maar aluminium sondes gaan langer mee. De sonde moet snel klaar voor gebruik zijn, dus oefen het in elkaar zetten met handschoenen aan.
De techniek is net zo belangrijk als de sonde zelf. Sondeer in een spiraal rond de plek die de pieper aangeeft en houd de sonde loodrecht op het sneeuwoppervlak. Voel je weerstand, laat de sonde dan zitten en begin te graven.
Lawineschep
De standaard is een aluminium schep met een groot blad en een uitschuifbare steel. Plastic scheppen zijn niet sterk genoeg voor lawinesneeuw. Een goede schep weegt 500 tot 700 gram.
Leer graven met de V-methode (lopende band): één persoon graaft vooraan, de anderen staan in een V erachter en scheppen de sneeuw weg. Dat gaat sneller dan wanneer één persoon alleen schept.
Rugzak met lawine-airbag
Een lawine-airbag voorkomt niet dat je door een lawine wordt meegesleurd, maar hij kan je dichter bij het oppervlak houden. Uit een onderzoek naar lawineongevallen van 1994 tot 2012 (Haegeli et al., Resuscitation, 2014) bleek dat een geopende airbag de sterfte ruwweg halveerde, van ongeveer 22% naar ongeveer 11%, en dat ongeveer één op de vijf airbags niet openging, meestal omdat de gebruiker niet aan de trekgreep trok. De airbag blaast zich op rond je bovenlichaam; dat extra volume helpt je dicht bij het oppervlak te blijven.
Moderne airbagsystemen werken met een persluchtpatroon of met een elektrische ventilator. Een systeem met ventilator (Alpride E2) is oplaadbaar en gaat zonder patroon mee in het vliegtuig; een systeem met patroon is goedkoper.
Toermateriaal
Je ski's of splitboard moeten zowel bergop als bergaf efficiënt zijn. Bij het stijgen telt het gewicht, bij de afdaling de rijeigenschappen. Elke set is een compromis.
Ski's, splitboards en bindingen
Toerski's zijn lichter dan pisteski's. Een middelbrede toerski (88 tot 100 mm onder de voet) weegt meestal 1.200 tot 1.600 gram per ski en heeft een pinbinding (Dynafit, ATK, Marker Alpinist).
De gangbare splitboardsystemen zijn die van Karakoram en Spark R&D; een splitboard weegt meer dan een gewoon snowboard.
Vellen (mohair, nylon of een mix) plak je onder de zool voor grip bergop. Mohair glijdt beter, nylon grijpt beter. Een mix van mohair en nylon is in de meeste omstandigheden het beste compromis.
Toerskischoenen
Toerskischoenen hebben een loopstand om efficiënt te stijgen en een skistand die de schacht vastzet voor de afdaling. Moderne toerskischoenen met vier gespen wegen 1.200 tot 1.600 gram en presteren goed in de afdaling. Lichtere schoenen voor speedtouring (onder 1.000 g) leveren in de afdaling iets in, in ruil voor efficiëntie bergop.
Laat je schoenen aanmeten in een speciaalzaak. Een schoen die pijn doet bij het stijgen, verpest je dag al lang voordat je op de top staat.
Kleding en lagen
Bij toerskiën produceer je veel meer lichaamswarmte dan bij pisteskiën. Bergop werk je hard, daarna sta je stil op de top en in de pauzes. Een goed lagensysteem vangt die overgang op.
Het drielagensysteem
Basislaag: merinowol of synthetisch. Merino regelt de temperatuur en gaat niet snel stinken. Synthetisch droogt sneller. Een lichte basislaag (150 tot 200 g/m²) volstaat in de meeste omstandigheden.
Middenlaag: een fleece of een lichte gevulde jas. Die trek je aan op de top of in de pauzes. Synthetische vulling (zoals Polartec Alpha of PrimaLoft) blijft isoleren als ze nat is, dons niet.
Shell: een ademende hardshell met capuchon. Gore-Tex of een gelijkwaardig membraan beschermt tegen wind, sneeuw en onverwacht weer. Ideaal is een shell die voor toerskiën gemaakt is, met ventilatieritsen onder de armen en een capuchon die over een helm past.
Neem een gevulde jas (dons of synthetisch) mee in je rugzak, voor de pauze op de top en voor noodgevallen. Ook bij goed weer heb je een warme laag nodig zodra je stilstaat.
Navigatie en communicatie
Gps-apparaten en apps op je telefoon zijn handig, maar in de kou raken batterijen leeg. Neem altijd een papieren kaart en een kompas mee als reserve, en zorg dat je weet hoe je ze gebruikt.
Met een gps-horloge (Garmin, Suunto, COROS) waarop je kaarten hebt gezet, navigeer je live en leg je je route vast.
Bekijk het terrein vooraf op BEYOND: je ziet de vorm, de hellingshoek en de expositie van je lijn voordat je erop staat.
Download het gebied waar je gaat rijden als 3D-model of HTML-pagina (offline 3D-kaart); dat opent op je telefoon zonder verbinding. Houd de telefoon warm in een binnenzak om de batterij te sparen. Neem een powerbank mee.
Communicatiemiddelen
Een volledig opgeladen telefoon is onmisbaar, maar het bereik in de bergen is onbetrouwbaar. Voor gebieden zonder bereik kun je een Garmin inReach of een vergelijkbare satellietcommunicator overwegen. Daarmee verstuur je via de satelliet een SOS en kun je berichten sturen en ontvangen.
Een simpel fluitje kost niets en is verder te horen dan je stem. Zes keer fluiten per minuut is in de Alpen het internationale noodsignaal. Maak er een vast aan je rugzak.
Noodset
Een noodset hoort vast in je toerrugzak. Daarin: een noodbivak (reddingsdeken of lichte bivakzak), basis-EHBO (verband, tape, pijnstillers, blarenpleisters), ducttape om een skistok gewikkeld, een multitool, bescherming tegen de zon (zonnebrandcrème SPF 50 en een skibril of zonnebril) en energierijk eten.
Onderkoeling kost in de bergen levens. Een noodbivak weegt 100 gram en maakt het verschil als je door een blessure niet verder kunt of door het weer wordt overvallen.
Korte paklijst
Loop voor elke tocht deze lijst door:
| Categorie | Wat |
|---|---|
| Veiligheid (verplicht) | Pieper, sonde, schep, EHBO-set |
| Veiligheid (aanbevolen) | Airbagrugzak, noodbivak, fluitje |
| Toermateriaal | Ski's/splitboard, vellen, schoenen, stokken, harscheisen |
| Kleding | Basislaag, middenlaag, shell, gevulde jas, handschoenen, reservehandschoenen, muts, skibril |
| Navigatie | Kaart, kompas, gps-horloge/telefoon, powerbank |
| Communicatie | Telefoon, satellietcommunicator |
| Eten en drinken | Water (minstens 1 l), thermosfles, energierepen, lunch |
| Overig | Zonnebrandcrème, lippenbalsem, ducttape, multitool, hoofdlamp |