Inhoud
De Europese lawinegevarenschaal
De Europese lawinegevarenschaal loopt van 1 (gering) tot 5 (zeer groot). Op die schaal is elk lawinebulletin gebaseerd, van het SLF in Zwitserland, de lawinediensten van de Oostenrijkse deelstaten en avalanche.report voor Tirol tot Météo-France.
Niveau 1 (gering): Het sneeuwdek is over het algemeen stabiel. Spontane lawines zijn onwaarschijnlijk. Door wintersporters veroorzaakte lawines zijn alleen mogelijk op zeer steil, extreem terrein.
Niveau 2 (matig): Het sneeuwdek is op sommige steile hellingen maar matig verstevigd; elders is het over het algemeen goed verstevigd. Door wintersporters veroorzaakte lawines zijn mogelijk op steile hellingen met de kenmerken die het bulletin beschrijft.
Niveau 3 (aanzienlijk): Het sneeuwdek is op veel steile hellingen kritiek. Door wintersporters veroorzaakte lawines zijn waarschijnlijk. Spontane lawines zijn mogelijk.
Niveau 4 (groot): Het sneeuwdek is op de meeste steile hellingen zwak verstevigd. Door wintersporters veroorzaakte lawines zijn op veel steile hellingen waarschijnlijk, zelfs door één skiër of snowboarder. In sommige gevallen worden veel grote en vaak ook zeer grote spontane lawines verwacht.
Niveau 5 (zeer groot): Het sneeuwdek is extreem instabiel. Er worden veel grote spontane lawines verwacht. Mijd al het lawineterrein.
In Zwitserland valt ongeveer de helft van de lawinedoden bij niveau 3 (SLF): levensgevaarlijk, en toch gaan veel mensen op pad. Bij niveau 3 is het essentieel dat je wegblijft van steil terrein (boven 30°) op de exposities en hoogtes die het bulletin noemt. Hoe je elk onderdeel van het bulletin leest, staat in de gids “Een lawinebulletin lezen”.
Vijf dingen die je op een helling controleert
Vijf dingen bepalen grotendeels hoe het op een helling met het lawinegevaar zit: hoe steil hij is, waar hij ligt, naar welke kant hij gericht is, wat er onder de sneeuw zit en welke vorm hij heeft. Deze checklist is iets anders dan SLABS, het risicomodel uit 2024 van Skitourenguru, SLF, VITO en NTNU, dat BEYOND voor een gebied doorrekent met het bulletin als invoer.
Hellingshoek
De meeste plaatlawines komen los op hellingen tussen 30° en 45°. Hellingen onder 30° zijn flauwer dan de hoek waarop lawines meestal loskomen; wat ze bereikt, is de uitloop van steilere hellingen erboven. Van hellingen boven 50° glijdt de sneeuw meestal doorlopend af, in plaats van dat zich gevaarlijke platen opbouwen.
Met een hellingshoeklaag (zoals die in BEYOND) zie je welke delen van een berg in het kritieke bereik van 30° tot 45° vallen, voordat je aan een lijn begint. De laag toont de hoek, niet het sneeuwdek van vandaag: of een helling van 35° vandaag een probleem is, staat in het bulletin.
Ligging: hoogte en plek in het terrein
Het lawinebulletin noemt welke hoogtezones het gevaarlijkst zijn. Ingewaaide hellingen bij graten zijn meestal gevaarlijker dan beschut bosterrein. Geulen en terreinvallen onder steile hellingen maken de gevolgen ernstiger, ook in minder steil terrein.
Expositie: naar welke kant de helling gericht is
Als er kritieke exposities zijn, noemt het bulletin ze; vergelijk je lijn daarmee op de hoogtes die erbij staan.
Ondergrond: wat eronder zit
Een gladde ondergrond zoals gras of rotsplaten geeft het sneeuwdek minder houvast. Op hellingen met een gladde ondergrond komen eerder grondlawines voor, die over de volle dikte van het sneeuwdek afglijden. Ruw terrein met rotsblokken en bomen verankert het sneeuwdek beter, al zijn bomen alleen geen garantie voor veiligheid.
Vorm: terreinvormen
Op bolle hellingen (waar het terrein van vlakker naar steiler overgaat) concentreert de spanning in het sneeuwdek zich, en daar komen lawines vaak los. Holle hellingen verdelen de spanning gelijkmatiger, maar daar kan zich door de wind aangevoerde sneeuw verzamelen. Terreinvallen zoals rotswanden, geulen en gletsjerspleten onder een helling maken de gevolgen van zelfs een kleine lawine ernstiger.
Onmisbare lawine-uitrusting
Iedereen heeft een pieper, een sonde en een schep bij zich en kan ermee omgaan. Oefen kameradenredding regelmatig.
In het onderzoek van Haegeli et al. (2014) halveerde een geopende lawine-airbag de sterfte, van 22% naar 11%; één op de vijf airbags ging niet open. Waar je bij elk onderdeel op let, staat in de gids “Uitrusting voor toerskiën”.
Beter beslissen
Vermoeidheid, groepsdruk, topkoorts en vertrouwdheid met een gebied drijven riders terrein in dat ze anders zouden mijden.
Plan je route voordat je vertrekt. Bekijk het lawinebulletin. Bepaal je omkeerpunten en deel ze met de groep.
Met tools als BEYOND beoordeel je het terrein voordat je er zelf staat, want daar is de druk om door te zetten het grootst. Bekijk het 3D-terrein en de hellingshoeken, lees het bulletin en kijk vanuit huis waar het terrein steiler is dan 30°.