Inhoud
Een regio kiezen
De Alpen strekken zich zo'n 1.200 km uit over Frankrijk, Zwitserland, Italië, Oostenrijk, Duitsland en Slovenië. Elke regio heeft een eigen karakter: sneeuwdek, terrein, cultuur en bereikbaarheid. Welke regio het best bij je past, hangt af van je ervaring, het terrein dat je zoekt en wanneer je gaat.
Deze gids bespreekt vijf regio's, met per regio wat wel en niet werkt. Bekijk het terrein van deze regio's vooraf in 3D op BEYOND, en kijk in de lawinebulletins voor de actuele situatie.
Chamonix, Frankrijk
Chamonix heeft steil, serieus, vergletsjerd terrein. De Mont Blanc (4.806 m) torent boven het dal uit, en het aanbod loopt van gletsjertochten tot steile couloirs.
Vooral voor: ervaren toerskiërs die veel hoogtemeters, steile lijnen en klassiekers als de Col du Chardonnet of de Haute Route zoeken.
Terrein: steile granietwanden, vergletsjerd terrein, grote hoogte. Vanaf de kabelbaan van de Aiguille du Midi zijn afdalingen van meer dan 2.000 m mogelijk. Op gletsjerroutes is het spleetgevaar serieus.
Beste maanden: januari tot en met april voor poeder. Mei voor firn op gletsjerroutes op het noorden. De Haute Route loop je meestal in april, als de passen begaanbaar zijn.
Bereikbaarheid: luchthaven Genève (1 uur); door de tunnel onder de Mont Blanc ben je in Italië. Veel routes begin je met een lift (Aiguille du Midi, Grands Montets).
Niveau: gevorderd tot expert. Voor veel klassiekers heb je gletsjerervaring nodig. Met een gids gaan is gebruikelijk en aan te raden als je er voor het eerst bent.
Verbier, Zwitserland
Verbier combineert off-piste vanaf de lift met toerskiën vanuit dezelfde dalen. De liften gaan tot 3.300 m op de Mont Fort; in de zijdalen is het rustiger.
Vooral voor: freeriders die off-piste vanaf de lift willen combineren met tochten op eigen kracht. Van een goed gemiddeld niveau tot expert.
Terrein: brede open hellingen, couloirs en vergletsjerd terrein boven de boomgrens. De Rosablanche, de Mont Rogneux en de Col des Otanes zijn de klassieke toertochten; de Vallon d'Arbi en de Mont Gelé zijn off-piste vanaf de lift. Het terrein is over het algemeen minder technisch dan in Chamonix, maar wel serieus.
Beste maanden: december tot en met maart voor poeder. April voor voorjaarstochten op hogere routes, zoals de Rosablanche.
Bereikbaarheid: luchthaven Genève (2 uur), dan de trein naar Le Châble en daarna de kabelbaan of de bus. Het off-pisteterrein bereik je met de liften vanuit het dorp.
Niveau: gemiddeld tot expert. Sommige routes zijn te doen voor sterke beginners; de Bec des Rosses (de wand van de Freeride World Tour) is terrein voor experts.
Arlberg, Oostenrijk
De Arlberg (St. Anton, Lech, Zürs, Stuben) heeft toerterrein naast een groot skigebied. De sneeuw komt hier vooral met storingen uit het noordwesten.
Vooral voor: alle niveaus. Naast makkelijke toerroutes in de Verwallgroep heeft de Arlberg serieuze doelen als de noordwand van de Valluga of de oversteek van de Kaltenberg.
Terrein: klassiek Oostenrijks alpien terrein, met gematigde hellingshoeken, brede kommen boven de boomgrens en betrouwbare sneeuw. Door veel sneeuwval en ingewaaide sneeuw (windplaten) is het lawinegevaar vaak verhoogd. Het terrein is over het algemeen minder vergletsjerd en minder technisch dan in de westelijke Alpen.
Beste maanden: januari tot en met maart voor diepe poedersneeuw. April kan goed zijn voor voorjaarstochten op hogere routes.
Bereikbaarheid: luchthaven Innsbruck (1,5 uur), luchthaven Zürich (2,5 uur). St. Anton ligt aan de Arlbergspoorlijn. De Arlbergpas verbindt de regio's.
Niveau: beginners tot expert. De Verwallgroep heeft makkelijke routes door het bos, geschikt voor eerste tochten. Voor het steile terrein rond de top van de Valluga moet je een expert zijn.
Engadin, Zwitserland
Het Engadin (St. Moritz, Pontresina, Zuoz) in Oost-Zwitserland is hoog, droog en zonnig, en heeft daardoor een lang seizoen. De Berninagroep heeft vergletsjerd terrein voor langere tochten.
Vooral voor: toerskiërs die afwisseling zoeken, van makkelijke daltochten in het Inndal tot hooggelegen gletsjertraverses op de Piz Palü en de Piz Bernina. Voor de gletsjerroutes: van een goed gemiddeld niveau tot expert.
Terrein: continentaal sneeuwdek met koude, droge sneeuw. Het Engadin ligt op 1.800 m, dus zelfs daltochten beginnen hoog. De Berninagroep is sterk vergletsjerd, met klassiek gemengd terrein. In de Silvretta, ten noorden van het Unterengadin, is het toerterrein gematigder.
Beste maanden: het hoofdseizoen loopt van december tot en met april. Het Engadin heeft vaak sneeuw als het in de westelijke Alpen lang droog is. Mei voor voorjaarstochten op de gletsjers van de Bernina.
Bereikbaarheid: luchthaven Zürich (3 uur, met de auto over de Julier of met de trein over de Albulalijn).
Niveau: beginners tot expert. Het Engadin heeft makkelijke daltochten naast serieus gletsjerterrein.
Dolomieten, Italië
In de Dolomieten staan torens en wanden van dolomiet boven zacht glooiend toerterrein.
Vooral voor: toerskiërs van gemiddeld niveau die gematigd terrein zoeken. Minder extreem dan het massief van de Mont Blanc.
Terrein: steile rotswanden boven zacht glooiend skiterrein. De meeste toerroutes volgen de dalen tussen de torens. Omdat het terrein boven de boomgrens open is, is de sneeuw vaak door de wind bewerkt. Hellingen op het zuiden krijgen veel zon.
Beste maanden: januari tot en met maart voor poeder in de beschutte dalen. April voor voorjaarstochten.
Bereikbaarheid: Innsbruck (2 uur), Venetië (2,5 uur) of Bolzano (ongeveer 1 uur en 15 minuten naar de Sellagroep). Wil je skiën met de lift en toerskiën combineren, dan geldt de skipas Dolomiti Superski in een groot gebied.
Niveau: beginners tot gevorderd. Veel klassiekers volgen flauwe dalen en passen. Technische couloirs zijn er ook, maar ze zijn de uitzondering, niet de regel.
Regio's vergeleken
Een korte vergelijking als hulp bij je keuze:
| Regio | Vooral voor | Niveau | Seizoen |
|---|---|---|---|
| Chamonix | Hooggebergte, steile lijnen | Gevorderd tot expert | jan.–mei |
| Verbier | Freeride en toerskiën | Gemiddeld tot expert | dec.–apr. |
| Arlberg | Alle niveaus | Beginners tot expert | jan.–mrt. |
| Engadin | Droge sneeuw, gletsjertochten | Beginners tot expert | dec.–mei |
| Dolomieten | Gematigd terrein | Beginners tot gevorderd | jan.–apr. |
Planningstips voor elke regio
Welke regio je ook kiest, dit geldt overal:
Lees elke dag het lawinebulletin. Elk Alpenland geeft er een uit. Onze bulletinpagina's tonen Zwitserland, Tirol en Frankrijk per regio.
Bekijk het terrein al voordat je aankomt. Met 3D-terreinkaarten zie je de hellingshoeken, exposities en terreinvormen van de routes die je wilt lopen.
Neem bij je eerste bezoek aan een regio een lokale gids. Die weet hoe het sneeuwdek deze winter is opgebouwd en kent de terreinvallen en de gebruikelijke routes.
Overweeg een cursus met een gids als toerskiën nieuw voor je is. De meeste gidsenbureaus in deze regio's bieden meerdaagse introductiecursussen die lawinetraining combineren met echte tochten. De basis van het plannen van een tocht staat in de gids “Een toerskitocht plannen, stap voor stap”.